Het kabinet verhoogt de onbelaste kilometervergoeding van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. De maatregel is bedoeld om de koopkracht van werknemers te ondersteunen en geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.
De Belastingdienst heeft informatie gepubliceerd over het onbelast vergoeden van de verhoging. De verhoging maakt onderdeel uit van het Belastingplan 2027, dat op Prinsjesdag wordt gepresenteerd. Vooruitlopend daarop heeft de staatssecretaris van Financiën de hogere gerichte vrijstelling alvast goedgekeurd via een beleidsbesluit. Daardoor kan nu al € 0,25 per kilometer onbelast worden vergoed.
Werkgevers en werknemers
Werkgevers mogen met terugwerkende kracht naar 1 januari 2026 aan hun werknemers een onbelaste reiskostenvergoeding geven van € 0,25 per kilometer. Tot nu toe bedroeg dit onbelaste bedrag in 2026 nog € 0,23 per kilometer.
Dit bedrag is van toepassing op woon-werkverkeer en op zakelijke kilometers. Het is niet relevant van welk vervoermiddel de werknemer gebruikmaakt. De vergoeding geldt dan ook voor gemaakte reizen per auto, fiets, lopend of met het openbaar vervoer.
Het kabinet roept werkgevers op om gebruik te maken van deze maximale onbelaste reiskostenvergoeding, maar een werkgever is niet verplicht om daadwerkelijk € 0,25 per kilometer aan de werknemer te vergoeden. De hoogte van de vergoeding is en blijft een afspraak tussen werkgever en werknemer.
Als een werknemer met het openbaar vervoer reist, kan een werkgever er ook voor kiezen om de werkelijke kosten van het openbaar vervoer onbelast te vergoeden. Dat kon al en is dus niet veranderd.
Verwerking in de (loon)administratie
Werkgevers kunnen de extra vergoeding van € 0,02 per kilometer met terugwerkende kracht alsnog onbelast uitbetalen aan werknemers. Hoe dit moet worden verwerkt, hangt af van de manier waarop de reiskostenvergoeding sinds 1 januari 2026 is behandeld.
Wanneer sinds begin 2026 € 0,23 of minder per kilometer is vergoed, mag de aanvullende € 0,02 per kilometer alsnog gericht vrijgesteld worden uitbetaald bij een volgende loonbetaling.
Is meer dan € 0,23 per kilometer vergoed en is het meerdere aangemerkt als belast loon, dan mogen loon en loonheffingen per aangiftetijdvak worden verlaagd met € 0,02 per kilometer. Hiervoor moeten correcties worden ingediend op de eerdere loonaangiften.
Wanneer het bedrag boven € 0,23 eerder is aangewezen als eindheffingsloon en hierover al 80% eindheffing in het kader van de werkkostenregeling is betaald, mag de betaalde eindheffing over die € 0,02 per kilometer worden verrekend in een volgende aangifte loonheffingen.
Salderingsregeling en cafetariaregeling
Ook werkgevers die gebruikmaken van de salderingsregeling moeten vanaf 1 januari 2026 uitgaan van het nieuwe bedrag van € 0,25 per kilometer.
Daarnaast geldt dat eerdere loonaangiften mogen worden gecorrigeerd wanneer werknemers belast loon hebben ingeruild voor een hogere onbelaste reiskostenvergoeding via een cafetariaregeling.
Vrijwilligers
Een vrijwilliger die afziet van zijn recht op een reiskostenvergoeding mag in zijn aangifte IB 2026 bij het berekenen van zijn giftenaftrek ook rekeninghouden met € 0,25 per kilometer voor zijn kilometers in heel 2026.
Alleen het bedrag is gewijzigd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. De overige voorwaarden voor deze aftrek zijn ongewijzigd. Daaraan moet je dus nog steeds voldoen voordat je toekomt aan de aftrek.
Particulieren
Ook particulieren kunnen in hun aangifte IB 2026 voor het hele jaar rekeninghouden met € 0,25 per kilometer. Het gaat hierbij om:
- aftrek van reiskosten naar onder meer een arts of andere medisch hulpverlener en een apotheek,
- aftrek van reiskosten voor ziekenbezoek, en
- aftrek van reiskosten in verband met weekenduitgaven voor gehandicapten.