Op vrijdag 27 maart is de Voorjaarsnota aangeboden aan de Tweede Kamer. In deze nota geeft het kabinet een overzicht van de stand van zaken van het lopende begrotingsjaar en worden nieuwe maatregelen aangekondigd. Wat opvalt, is dat vooral wordt ingezet op brede maatregelen. Duidelijke keuzes op het gebied van vermogen en winst blijven vooralsnog uit.
Versoepelingen voor de woningmarkt
De beperkte fiscale stimulansen in de Voorjaarsnota richten zich vooral op de woningmarkt. Zo wordt de investeringsruimte van woningcorporaties via de vennootschapsbelasting verruimd en komt er een vrijstelling in de overdrachtsbelasting voor onderlinge overdrachten binnen de sociale huisvesting.
Ook wordt het overdrachtsbelastingtarief voor particuliere investeerders bij de aankoop van een woning voor verhuur of een vakantiewoning verder verlaagd. Waar dit tarief dit jaar al is gedaald van 10,4% naar 8%, gaat vanaf 2027 een tarief van 7% gelden.
Daarnaast wordt een eerder voorstel teruggedraaid. Het plan om per 2027 voor schenkingen van woningen aan te sluiten bij de waarde in het economisch verkeer in plaats van de WOZ-waarde, gaat niet door. Voor woningen blijft in de schenkbelasting dus de WOZ-waarde het uitgangspunt. Dat kan een duidelijk voordeel opleveren. Heeft een woning bijvoorbeeld een WOZ-waarde van € 400.000 en een werkelijke waarde van € 500.000, dan blijft het verschil van € 100.000 in beginsel buiten de schenkbelasting. Hierbij geldt aanvullend dat eventueel verschuldigde overdrachtsbelasting in beginsel in mindering kan worden gebracht op de schenkbelasting.
Opmerkelijke belastingconstructies
Naast nieuwe belastingmaatregelen is er in de Voorjaarsnota vanaf 2023 ook expliciet aandacht voor een aantal fiscale constructies. Aan de huidige lijst zijn dit jaar de schenking onder schuldigerkenning en de onzakelijke lening toegevoegd.
Bij een schenking onder schuldigerkenning wordt de schenking niet direct uitgekeerd, maar schuldig gebleven. Daardoor ontstaat een vordering van de begiftigde waarover rente is verschuldigd. Die rentevergoeding geldt niet als schenking en leidt daardoor tot een onbelaste vermogensoverdracht voor de schenkbelasting.
Op dit moment geldt hiervoor een minimaal rentepercentage van 6%. De verwachting is dat dit percentage per 2028 wordt verlaagd naar 3%. Dat kan ongunstig uitpakken, omdat er dan minder vermogen onbelast kan worden overgedragen.
Ook een onzakelijke lening kan fiscale gevolgen hebben. Een lening die niet onder zakelijke voorwaarden is verstrekt, kan in bepaalde situaties namelijk leiden tot een belaste schenking. Denk bijvoorbeeld aan een lening voor de financiering van aandelen in het kader van een bedrijfsoverdracht. Door de voorwaarden van de lening goed tegen het licht te houden, kan dit mogelijk worden voorkomen.
Energie en industrie
De beperkte fiscale stimulansen in de Voorjaarsnota richten zich ook op enkele specifieke sectoren. Zo wordt voor elektriciteit intensieve bedrijven in de basisindustrie een tegemoetkoming in de elektriciteitsprijs uitgewerkt. Daarmee wil het kabinet werken aan een beter internationaal speelveld. Tegelijkertijd worden in andere sectoren de lasten juist verzwaard. Zo wordt vanaf 2030 een suikertaks voor producenten ingevoerd en vervalt per 2028 het verlaagde btw-tarief voor sierteelt. Daardoor geldt op deze producten straks het algemene btw-tarief van 21%.
Tot slot is (vooralsnog) geen wijziging aangekondigd ten aanzien van de pseudo-eindheffingsregeling voor fossiele zakelijke personenauto’s, zoals opgenomen in het Belastingplan 2026. Deze regeling lijkt derhalve ongewijzigd van kracht te blijven.